Spoedlijn: 06-15 953 468 | Routebeschrijving

nieuwsarchief

Nieuwe trombosemedicijnen invoeren onder voorwaarden

De invoering van nieuwe antistollingsmiddelen voor patiënten met (risico op) trombose moet onder voorwaarden gebeuren. De nieuwe medicijnen hebben grote voordelen voor patiënten en de resultaten van klinische studies naar de veiligheid en de effectiviteit ervan lijken veelbelovend. Maar het is nog de vraag of ze in de praktijk ook meer gezondheidswinst opleveren dan de huidige middelen, tegen aanvaardbare kosten. Dit schrijft de Gezondheidsraad in een advies aan de minister van VWS.

De Gezondheidsraad beveelt aan bij de invoering van de nieuwe medicijnen een vergelijkend onderzoek te starten. Dit onderzoek moet uitwijzen wat precies de meerwaarde is van de nieuwe middelen boven de oude. Hiervoor is informatie nodig over de veiligheid en effectiviteit in de populatie Nederlandse patiënten en over de kosten en baten van de middelen. Volgens de raad moet het onderzoek zo opgezet worden dat binnen een paar jaar voldoende duidelijkheid ontstaat.

Huidige medicijnen: veel controle nodig

Patiënten die antistollingsmiddelen slikken tegen trombose, moeten nu intensief begeleid worden door een trombosedienst. De dosering luistert namelijk heel nauw en behoeft steeds aanpassing. Is de dosering te laag, dan kunnen stolsels in het bloed ontstaan. Te hoge dosering geeft kans op bloedingen. De gevolgen van verkeerde dosering kunnen groot zijn: patiënten kunnen een beroerte of longembolie krijgen. Daarom moet het bloed van patiënten steeds gecontroleerd worden.

Voordelen van de nieuwe middelen

De nieuwe antistollingsmiddelen die de afgelopen jaren zijn ontwikkeld kunnen in een vaste dosering geslikt worden, waardoor de frequente controles overbodig worden. Dat is een belangrijk voordeel van deze medicijnen. Op dit moment is een aantal nieuwe medicijnen geregistreerd voor gebruik bij patiënten met de hartritmestoornis boezemfibrilleren, en patiënten die een knie- of heupoperatie hebben ondergaan (voorkomen van trombose).

Meer registraties zijn in aanvraag

Klinische studies naar de effectiviteit van de nieuwe medicijnen laten positieve resultaten zien. Ze voorkomen minstens evenveel beroertes en tromboses als de oude medicijnen, er treden niet meer grote bloedingen op en het aantal hersenbloedingen lijkt zelfs lager te zijn.

Meerwaarde in de praktijk vraagt meer bewijs

De Gezondheidsraad waarschuwt echter dat de gunstige uitkomsten van klinische studies niet één op één te vertalen zijn naar de praktijk. Dat komt onder meer doordat mensen met een hoog risico op bloedingen niet meedoen in de studies. Bovendien heeft Nederland een landelijk dekkend systeem van trombosediensten, waardoor het aantal complicaties van de huidige medicijnen in ons land waarschijnlijk relatief laag is. Verder hebben de nieuwe medicijnen ook nadelen. Zo is er nog geen antidotum: een middel waarmee in noodgevallen de antistolling kan worden tegengegaan. Dit is bijvoorbeeld nodig bij ongelukken of spoedoperaties.

Ook de therapietrouw is een punt. De controles bij de trombosedienst zijn een goede stok achter de deur voor mensen om hun medicijnen trouw te slikken. Als de controle wegvalt, bestaat de kans dat veel meer mensen met de middelen stoppen of ze niet tijdig innemen. Tot slot zijn de medicijnen veel duurder dan de huidige middelen. Of ze kosteneffectief zijn, hangt dus af van de gezondheidswinst en de besparing op de zorgkosten die ermee te halen zijn.

Onderzoek en richtlijnen

De Gezondheidsraad doet twee aanbevelingen. De eerste gaat over de opzet van een onderzoek dat moet uitwijzen hoe veilig de middelen zijn in de praktijk en wat de meerwaarde van de middelen precies is. De tweede aanbeveling richt zich op de beroepsgroepen: zij moeten de richtlijnen voor trombosebehandeling aanpassen. Er zijn duidelijke afspraken nodig over wie waarvoor verantwoordelijk is. De begeleiding van patiënten verdient aandacht: van belang is dat zij gestimuleerd worden de medicijnen te blijven slikken.

16 mei 2012. Bron: Gezondheidsraad

Samenstelling commissie:

• prof. dr. E. Briët, emeritus hoogleraar interne geneeskunde, Amsterdam, voorzitter

• prof. dr. A. Algra, hoogleraar klinische epidemiologie van trombosebehandeling en - preventie, Universitair Medisch Centrum Utrecht en Leids Universitair Medisch Centrum

• prof. dr. Ph.G. de Groot, hoogleraar trombose en hemostase, Universitair Medisch Centrum Utrecht

• H. van Laarhoven, De Hart & Vaatgroep, Den Haag

• dr. K. Meijer, hematoloog, Universitair Medisch Centrum Groningen

• prof. dr. J.C.M. Meijers, hoogleraar experimentele vasculaire geneeskunde, Academisch Medisch Centrum Amsterdam

• prof. dr. S. Middeldorp, hoogleraar inwendige geneeskunde, in het bijzonder trombose en hemostase, Academisch Medisch Centrum Amsterdam

• dr. K. Redekop, klinische epidemioloog en gezondheidseconoom, Erasmus Universiteit Rotterdam

• prof. dr. P. H. Reitsma, hoogleraar experimentele moleculaire geneeskunde, Leids Universitair Medisch Centrum

• prof. dr. P.A.B.M. Smits, hoogleraar farmacologie, Universitair Medisch Centrum St. Radboud, Nijmegen

• prof. dr. H.J.G.M. Crijns, hoogleraar cardiologie, Universitair Medisch Centrum Maastricht, adviseur

• prof. dr. A.W. Hoes, hoogleraar klinische epidemiologie/huisartsgeneeskunde, Universitair Medisch Centrum Utrecht, adviseur

• prof. dr. F.W.G. Leebeek, bijzonder hoogleraar hematologie, in het bijzonder hemostase en trombose, Erasmus Medisch Centrum, adviseur

• dr. F.J.M. van der Meer, internist, Leids Universitair Medisch Centrum, adviseur

• prof. dr. M.J. Postma, hoogleraar farmacie/gezondheidseconoom, Rijksuniversiteit Groningen, adviseur

• drs. P.P.Kruger, ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Den Haag, waarnemer

• dr. P.M. Engelfriet, Gezondheidsraad, Den Haag, secretaris

• dr. C.A. Postema, Gezondheidsraad, Den Haag, secretaris 

De publicatie Nieuwe antistollingsmiddelen: een gedoseerde introductie (nr 2012/07) is te downloaden van www.gr.nl en in een papieren versie op te vragen bij het secretariaat van de Gezondheidsraad, e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. . Nadere inhoudelijke inlichtingen verstrekt dr. P.M. Engelfriet, tel. (070)340 59 18, e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .